ASS AAN DE BUITENKANT

Tot op vandaag bestaat er geen test (bv. bloedonderzoek, hersenscan, …) op basis waarvan we met zekerheid kunnen zeggen of iemand ASS heeft of niet. De diagnose ASS is gebaseerd op het gedrag van mensen, hetgeen aan de buitenkant observeerbaar of waarneembaar is.

 

Een eerste domein dat een grote rol speelt bij ASS, is het domein van de sociale communicatie en sociale interactie. Zoals de meeste mensen weten, hebben mensen met ASS het moeilijk in de omgang met anderen. Dit is voor de omgeving ook vaak een eerste signaal dat de ontwikkeling anders verloopt. Het is echter een misverstand dat de taalontwikkeling van mensen met ASS altijd zwaar verstoord is. Bij sommige mensen met ASS zien we inderdaad dat ze niet of nauwelijks praten of dat ze taal op een aparte manier gebruiken (bv. steeds herhalen van dezelfde woorden of zinnen). Anderen zijn dan net weer erg sterk op het vlak van taal. Onafhankelijk van hun taalniveau, ervaren mensen met ASS hoofdzakelijk moeilijkheden bij het toepassen van taal en communicatie binnen een sociale context of de kwaliteit van hun communicatie. Letterlijke, duidelijke communicatie en expliciete regels vragen weinig interpretatie en worden door mensen met ASS goed begrepen. Heel wat andere aspecten van sociale communicatie en interactie vragen echter wel interpretatie en worden door mensen met ASS moeilijker begrepen: gezichtsuitdrukkingen of niet-verbale communicatie, sociale regels en sociaal aanvoelen, sarcasme of beeldspraak, ... Hierdoor reageren ze ook anders wanneer anderen contact met hen aangaan of wanneer ze zelf contact nemen. Doordat ze zich moeilijker kunnen inleven in anderen, lijken ze ook niet altijd afgestemd op hun interactiepartner of komen ze egocentrisch over.

 

Een tweede belangrijk domein bij ASS situeert zich op het niveau van het gedrag, interesses en prikkelverwerking. Mensen met ASS verwerken de wereld en de informatie die op hen afkomt anders dan mensen zonder ASS (zie ook ‘Autisme aan de binnenkant’). Door moeilijkheden op het vlak van verbeelding kunnen ze moeilijk denken voorbij het hier en nu. Ze kunnen zich moeilijk inbeelden hoe iets zou kunnen zijn, waardoor ze extra nood hebben aan duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid. Het herhalen van bekende activiteiten/handelingen en het vasthouden aan routines geeft rust. Het strikt naleven van regels biedt duidelijkheid in een anders erg chaotische en verwarrende wereld. Nieuwe of onverwachte gebeurtenissen kunnen dan weer spanning of onrust met zich meebrengen. Tot slot zien we in het gedrag van mensen met ASS ook vaak tekenen van overprikkeling (bv. drukke plaatsen vermijden) of onderprikkeling (bv. een verminderd hongergevoel of pijn minder voelen).

Bronnen

American Psychiatric Association. (2013). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (DSM-5). American Psychiatric Pub.

Bottema-Beutel, K. (2017). Glimpses into the blind spot: Social interaction and autism. Journal of communication disorders, 68, 24-34.

Boucher, J. (2012). Research review: structural language in autistic spectrum disorder–characteristics and causes. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 53(3), 219-233.

Condy, E. E., Scarpa, A., & Friedman, B. H. (2019). Restricted repetitive behaviors in autism spectrum disorder: A systematic review from the neurovisceral integration perspective. Biological psychology, 107739.