Het bijzonder onderwijs onder de loep genomen

Bijgewerkt op: 2 aug.


Naast het gewoon onderwijs bestaat er in Vlaanderen ook het buitengewoon onderwijs. Dit onderwijs wordt ingericht voor kinderen die, tijdelijk of permanent, speciale hulp nodig hebben vanwege een lichamelijke/geestelijke handicap, ernstige emotionele problemen, gedragsproblemen of ernstige leerstoornissen.


Deze kinderen hebben een aangepaste manier van onderwijs nodig aangezien er in het gewoon onderwijs voornamelijk lessen zijn op maat van de hele klasgroep en niet individueel aangepast aan de noden van het kind. In het buitengewoon onderwijs zijn de lessen zo ingericht dat ze voldoen aan wat jouw kind nodig heeft. Vaak zijn de klasgroepen kleiner en is er een heel duidelijke structuur tijdens de dag. Voor wie dat nodig heeft, zijn er aangepaste werktafels. Dat maakt het mogelijk om zich aan te passen aan wat moeilijk loopt en te focussen op de talenten van jouw kind. In het buitengewoon onderwijs volgt je kind altijd een leerprogramma op maat, aangepast aan de noden.

Het doel van het buitengewoon onderwijs is om een mogelijke terugkeer naar het gewoon onderwijs mogelijk te maken of, als dat niet lukt, om de integratie in de maatschappij en de arbeidswereld zo vlot mogelijk te laten verlopen.

Er bestaan verschillende vormen en types in het buitengewoon onderwijs, elk met eigen kenmerken. Naargelang wat jouw kind nodig heeft, zal het dus naar een bepaald type buitengewoon onderwijs kunnen. Dit type wordt bepaald in het inschrijvingsverslag voor buitengewoon onderwijs. Dit is een verslag dat opgemaakt wordt door het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB).


Het buitengewoon basisonderwijs


Binnen het buitengewoon basisonderwijs bestaan er verschillende types, elk volgens de beperking van de kinderen en de specifieke zorg die zij nodig hebben. Niet elke school voor buitengewoon onderwijs biedt elk type aan. Het is belangrijk om samen met bijvoorbeeld het CLB op zoek te gaan naar een school die past bij jouw kind en valt binnen het type onderwijs waarvoor jouw kind een goedkeuring heeft.

Het buitengewoon basisonderwijs streeft ontwikkelingsdoelen na. Dat zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes. Als een leerling leerdoelen bereikt heeft die gelijkwaardig zijn aan die van het gewoon lager onderwijs, dan kan de leerling het getuigschrift basisonderwijs behalen.


Het buitengewoon sucendair onderwijs


Ook hier wordt er een onderscheid gemaakt in de verschillende types. Deze zijn gelijklopend aan de types in het basisonderwijs. Daarnaast onderscheiden ze in het buitengewoon secundair onderwijs ook vier opleidingsvormen (OV).


  • Opleidingsvorm 1: sociale aanpassing Deze opleidingsvorm geeft een sociale vorming met het oog op integratie in een beschermd leefmilieu.

  • Opleidingsvorm 2: sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking Deze opleidingsvorm geeft een algemene en sociale vorming en een arbeidstraining met het oog op integratie in een beschermd leef- en werkmilieu.

  • Opleidingsvorm 3: beroepsonderwijs Deze opleidingsvorm geeft een sociale vorming en een beroepsvorming met het oog op integratie in een gewoon leef- en werkmilieu. Er worden verschillende opleidingen georganiseerd.

  • Opleidingsvorm 4: algemeen, beroeps-, kunst- en technisch onderwijs Deze opleidingsvorm geeft een voorbereiding op een studie in het hoger onderwijs en op de integratie in het actieve leven. De studierichtingen komen overeen met de studierichtingen uit het gewoon voltijds secundair onderwijs. Wel worden klemtonen gelegd die recht doen aan je specifieke mogelijkheden en behoeften.

Modernisering van OV3 en OV4


Op het gebied van de modernisering van het onderwijs zijn er voornamelijk in OV3 en OV4 veranderingen doorgevoerd.



Wat verandert er binnen OV3? De observatiefase wordt een breed oriënterende fase. Je leert een selectie van technieken die de basis vormen voor wat je zal leren in de opleidingsfase. Binnen die opleidingsfase kies je uit 13 basisopleidingen die behoren tot 1 van deze 5 studiedomeinen: STEM, land- en tuinbouw, economie en organisatie, voeding en horeca, maatschappij en welzijn.

Een basisopleiding bevat alle competenties uit een breed basis opleidingsprofiel en is niet schoolgebonden. Dit wil zeggen dat een basisopleiding je op een opleiding in de kwalificatiefase voorbereidt, ongeacht welke school deze aanbiedt.

In de kwalificatiefase maakt elke leerling een keuze voor een meer specifieke opleiding. Elke opleiding baseert zich op wat je moet kennen en kunnen. Dit wordt beschreven in een opleidingsprofiel. Je hebt binnen elk studiedomein (behalve in basis haarverzorging, basis bakkerij, basis slagerij en basis schilderen en behangen) de keuze tussen meerdere opleidingen in de kwalificatiefase. Je kan in de kwalificatiefase ook kiezen voor een opleiding uit een ander studiedomein dan die in de opleidingsfase.

In de integratiefase kan je verder gaan met je keuze uit de kwalificatiefase, maar je kan ook overstappen naar een andere opleiding.

Wat verandert er binnen OV4?

Aangezien dit valt onder de structuur van het gewoon secundair onderwijs, zijn ook deze moderniseringen hier geldig. Deze vind je uitgebreid terug in het vorige Magassine.


 

Bronnen: VCLB, onderwijskiezer.be, www.vlaanderen.be

2 weergaven0 opmerkingen